Soorten testamenten

Soorten testamenten

In principe geldt een grote vrijheid voor wat u in uw testament wilt vastleggen. In de notariële praktijk werken wij echter meestal met de volgende regelingen:

De wettelijke verdeling, met eventuele toevoegingen;

  • De vruchtgebruikregeling;
  • De tweetrapsmaking;
  • Het keuzetestament.

Lees meer:

De wettelijke verdeling:

De wettelijke verdeling is de regeling die sinds 2003 is vastgelegd in de wet. In het testament wordt hierbij aangesloten, met dien verstande dat er verschillende uitbreidingsmogelijkheden kunnen worden opgenomen en dat er bepaalde rechten en aanspraken beperkt of uitgesloten kunnen worden.

Deze regeling houdt in dat in eerste instantie de langstlevende echtgenoot of geregistreerd partner en de kinderen erfgenaam zijn, ieder voor een gelijk deel. De langstlevende erft alle bezittingen en schulden, en de kinderen erven hun deel in de vorm van een niet-opeisbare vordering op de langstlevende. Het is mogelijk om over deze vordering een rente af te spreken, uit fiscale overwegingen. De vordering en de mogelijke rente daarover zijn pas opeisbaar in de gevallen die in het testament zijn bepaald, meestal o.a. bij het overlijden van de langstlevende en bij faillissement.

Voor 2003 werd er in veel testamenten de Ouderlijke Boedelverdeling (OBV) opgenomen. Deze regeling leek op de huidige wettelijke regeling. De langstlevende kreeg alle bezittingen en schulden, en de kinderen een niet- opeisbare vordering. Vaak werd er verwezen naar art. 4:1167 van het Burgerlijk Wetboek (oud). Sinds 2003 is deze regeling grotendeels in de wet opgenomen en kan de OBV niet meer testamentair vastgelegd worden. Testamenten van voor 2003 die deze regeling bevatten blijven wel geldig.

De vruchtgebruikregeling

Bij de vruchtgebruikregeling erft de langstlevende het vruchtgebruik van de gehele nalatenschap en erven de kinderen het bloot-eigendom. Voor de echtelijke woning heeft dit als gevolg dat de langstlevende er mag blijven wonen, maar dat de kinderen eigenaar worden. Bij het overlijden van de langstlevende vervalt dan het vruchtgebruik en krijgen de kinderen de volle eigendom van (hun deel van) de woning.

De langstlevende betaalt namens de kinderen erfbelasting over de waarde van het bloot eigendom, en daarnaast voor zichzelf over de waarde van het vruchtgebruik. Bij het overlijden van de langstlevende hoeven de kinderen over de aanwas van bloot eigendom naar vol eigendom geen erfbelasting meer te betalen. Wanneer de waarde van de woning stijgt tussen het eerste en tweede overlijden is deze regeling dus fiscaal zeer gunstig.

Vanaf 2001 tot 2011 was de vruchtgebruikregeling juist minder aantrekkelijk wanneer er een woning werd geërfd. De kinderen moesten de waarde van het bloot-eigendom aangeven als box-3 vermogen, waardoor de woning feitelijk dubbel werd belast. Sinds 2012 kan de langstlevende echter de volledige eigendom aangeven, waardoor er bij de kinderen niets belast wordt. Net zoals bij de ouderlijke boedelverdeling en de wettelijke verdeling, waarbij de vordering ook gedefiscaliseerd is.

De tweetrapsmaking

De tweetrapsmaking is met name bekend geworden door het programma Radar, waarbij deze vorm van testamentaire making als dé oplossing werd gezien om te voorkomen dat de langstlevende erfbelasting voor de kinderen zou moeten voorschieten.

Deze testamentvorm is echter zeer complex, en dient zorgvuldig worden vormgegeven en uitgevoerd. In principe komt het erop neer dat de langstlevende op basis van het testament alles erft (en de kinderen niets), maar dat het bedrag na zijn of haar overlijden aan de kinderen moet worden doorgegeven. Zo wordt er maximaal gebruikt gemaakt van de ruime partnervrijstelling bij het eerste overlijden. Bij het tweede overlijden worden de kinderen geacht van beide ouders te hebben geërfd, zodat zij over beide nalatenschappen moeten afrekenen (en ook twee keer de vrijstelling van ongeveer € 20.000,00 kunnen benutten). Op de langere termijn is deze testamentvorm fiscaal vaak juist ongunstiger dan de eerder genoemde testamentvormen, omdat er in totaal over beide nalatenschappen meer erfbelasting betaald moet worden door de kinderen. Daarnaast is het lastig om precies bij te houden wat er nog resteert van de nalatenschap van de eerst overledene. En er kan geen rente afgesproken worden over de vordering van de kinderen, omdat deze er niet is. Hierdoor ontstaat er voor de kinderen dus ook geen aftrekpost voor de erfbelasting in de nalatenschap van de langstlevende.

Het keuzetestament

Het keuzetestament is een combinatie van de verschillende testamentvormen die hierboven genoemd zijn. Verschillende combinaties zijn mogelijk, maar ook een testament waarin alle regelingen opgenomen worden behoort tot de mogelijkheden.

De langstlevende kiest pas na het overlijden van de partner van welke regeling er gebruik wordt gemaakt, en op welke wijze. Deze testamentvorm biedt veel flexibiliteit, maar bij de afwikkeling daarvan moet vaak wel een adviseur ingeschakeld worden. Daarnaast zouden de andere erfgenamen kunnen proberen om de keuze te beïnvloeden.

Meld u aan voor onze nieuwsbrief