Bijdrage Week van Losser juli 2015

Notaris mr. Roelanda Poppinghaus uit Losser meldt het volgende:

Niemand betaalt graag belasting. Toch gebeurt het veelvuldig en zorgt het er uiteraard ook voor, dat Nederland zo’n prettig land is om in te wonen. Maar dat betekent zeker niet dat iedereen het altijd klakkeloos met elke mening van een belastinginspecteur eens hoeft te zijn, ook al baseert die zich op de wet. De wet is namelijk niet altijd even duidelijk.

Een voorbeeld uit de praktijk

Moeder verkocht een woning aan haar dochter voor een koopprijs van € 250.000,-. De WOZ-waarde van de woning was 260.000,- maar de koopprijs was gebaseerd op een taxatierapport. Hierover betaalde de dochter 2% overdrachtsbelasting (€ 5.000,-). In de akte van levering van de woning bij de notaris heeft de moeder vervolgens € 50.000,- van de koopprijs kwijtgescholden. Een bedrag van € 25.000,- hiervan was vrijgesteld omdat de dochter nog geen veertig jaar oud was. Over de rest zou de dochter 10% schenkbelasting verschuldigd zijn, of € 2.500,-.

In de aangifte schenkbelasting deden moeder en dochter echter ook een beroep op de samenloopregeling: omdat er over de koopsom al overdrachtsbelasting was betaald, kan er dan een vermindering volgen van de schenkbelasting. Dit betekende een schenkbelasting van € 2.000,-.

 

De inspecteur was het niet eens met deze aangifte. De schenking had namelijk betrekking op een woning. In de Successiewet 1956 moet dan uitgegaan worden van de WOZ-waarde van de woning. Naast de schenking van € 50.000,- moest daarom ook gekeken worden naar het verschil tussen de WOZ-waarde van de woning en de koopprijs. Omdat de WOZ-waarde € 10.000,- hoger lag dan de koopprijs, moest dit bedrag volgens de inspecteur ook als schenking worden aangemerkt. De wet ging immers bij een woning uit van de WOZ-waarde?

De schenking kwam daarmee volgens hem uit op € 60.000,-. Rekening houdend met de eenmalige vrijstelling voor de dochter, waar een beroep op gedaan was van € 25.000,-, kwam de belaste schenking daarmee uit op € 35.000,-, zodat er volgens de inspecteur € 2.800,- betaald moest worden.

Moeder en dochter gingen hiertegen in beroep.

 

De Hoge Raad heeft uiteindelijk op 26 februari 2016 geoordeeld dat er in dit geval geen sprake is van het schenken van een woning. De woning is door de dochter namelijk tegen de marktprijs gekocht. De inspecteur heeft dat niet bestreden, zodat er van moet worden uitgegaan dat de taxatie juist was. De dochter is wat de koopprijs betreft daarom niet verrijkt. Dat is wel de hoofdvoorwaarde wil er een schenking zijn: de een moet verrijkt zijn en de ander verarmd. Omdat dit hier niet het geval is, werd de woning niet geschonken en is de WOZ-waarde van de woning daarom niet relevant. Alleen de kwijtschelding van € 25.000,- is dus geschonken en daarom klopt de aangifte wel.

 

Het was fijn dat de belastingplichtige in dit geval tot de Hoge Raad wilde doorprocederen. Niet iedereen ziet dat zitten vanwege de kosten en het relatief lage belastingvoordeel, dat je ermee bereikt. Ook is het vaak een zaak van lange adem, in bovenstaand geval waren we vijf jaar verder. Maar als je gelijk krijgt, levert dat wel heel duidelijke inzichten voor de praktijk op.

 

Durf daarom met de belastingdienst de discussie aan te gaan als er meer uitlegmogelijkheden zijn van de wettelijke regeling. Uiteraard staat uw notaris u daarin bij voor goede raad!

Meld u aan voor onze nieuwsbrief